Context Dienst Toeslagen bereidt zich -als uitvoerder- voor op een nieuwe financiering van de kinderopvang. Medio 2026 wordt het wetsvoorstel voor de nieuwe financiering voorgelegd aan de Raad van State. Vervolgens gaat het voorstel naar de Tweede Kamer. Als de Tweede Kamer instemt, gaat het voor behandeling naar de Eerste Kamer. Als beide Kamers akkoord gaan, wordt het nieuwe stelsel op 1 januari 2029 ingevoerd. Door de nieuwe financiering zal de huidige kinderopvangtoeslag (KOT) gaan verdwijnen; 2028 is het laatste jaar waarbij er op basis van de voorschotsystematiek kinderopvangtoeslagen worden toegekend. De afwikkeling van de kinderopvangtoeslag (o.a. definitieve toekenning, bezwaar, beroep, nabetalingen en terugvorderingen) zal nog een aantal jaar na 2029 doorlopen. Veranderopgave Het verdwijnen van de kinderopvangtoeslag heeft een impact op burgers, de bedrijfsprocessen en het personeel van Dienst Toeslagen en de Belastingdienst. De nieuwe financiering van kinderopvang (NFKo) levert werk op, maar dit zijn niet simpelweg “communicerende vaten”:
- In de periode vóór de start van NFKo (fase “voorsorteren”) zijn beleidsmatige en operationele keuzes nodig, om de continuïteit van de uitvoering te borgen én om fricties met het nieuwe financieringsstelsel te beperken. Bestuurlijk gaat het o.a. om de vraag welke investeringen in de huidige KOT-keten nog zinvol zijn en de vraag welke behandelprincipes leidend zijn (uitgangspunten VT/DT KOT). Operationeel gaat het o.a. over inzetbaarheid van behandelaren & regieteams, de intensiteit van attenderen en muteren om terugvorderingen in 2029 e.v. te voorkomen, en de inrichting van het proces massaal automatisch continueren (MAC) zonder KOT, of mét KOT als fall-back scenario.
- In de periode vóór de start van NFKo (fase “voorsorteren”) zijn beleidsmatige en operationele keuzes nodig op snijvlak van continuïteit van de uitvoering borgen én het infaseren van NFKo via bijv. ‘test & learn’ beproeven, en voorbereidend implementatie NFKo. Bestuurlijk gaat het o.a. om de vraag hoe op te acteren op dat snijvlak, of bepaalde NFKo functionaliteit in de huidige KOTketen inzetbaar kunnen zijn (denk aan gegevenslevering en geautomatiseerde check arbeidseis). Operationeel gaat het o.a. over inzetbaarheid van behandelaren en regieteams en de aansluiting van het NFKo deelproces op de huidige KOT omgeving.
- In de periode 2029-2030 zal afwikkeling van toeslagen nog een inspanning vragen van personeel, van massale processen bij de Belastingdienst en van het Toeslagen Verstrekkingen Systeem (TVS);
- In het nieuwe stelsel is er sprake van directe financiering van ca. 3.000 kinderopvangorganisaties; dit vraagt om (deels) andere competenties dan het toekennen van kinderopvangtoeslagen aan ca. 730.000 huishoudens. Het nieuwe werk gebeurt mogelijk ook op andere plekken in de organisatie;
- NFKo vraagt andere gedragshandelingen van burgers dan toeslagen met hun voorschotsystematiek en inkomensafhankelijkheid. Dit kan doorwerken in bijv. positionering van toeslagen en NFKo, profilering van het (visuele) merk Toeslagen en keuzes in de voorbereidingsfase NFKo.
- De samenhang tussen de opbouw van NFKo en afbouw KOT werkt door op processen, de burgerreis/communicatie en relatiebeheer. Daarom is projectmatige samenwerking tussen afbouw KOT en opbouw NFKo een randvoorwaarde voor succes.
- De veranderopgave is groot en vraagt een meerjarige voorbereiding, tegelijkertijd is het nieuwe stelsel op inhoud, inrichting en ingangsdatum nog niet wettelijk vastgesteld. Het beeld van nu kan anders zijn dan het beeld medio 2028. Dat vraagt om een aantal strategische keuzes op het gebied van uitvoeringsbeleid, IV-investeringen, organisatiestructuur en personeelsbeleid.
- Deze strategische keuzes zullen ook met de politieke opdrachtgevers (bewindspersonen en beleidsdepartementen) moeten worden afgestemd, bijvoorbeeld als er door schaarste risico’s ontstaan op het gebied van rechtmatigheid, naleving en burgerbeloften. Ook zal dit op sommige punten om nauwe afstemming met de ketenpartners vragen. Scope projectmanager De projectmanager afbouw kinderopvangtoeslag brengt de (copafijth) impact van de afbouw kinderopvangtoeslag in kaart en maakt een plan voor alle organisatorische, procesmatige en beleidsmatige activiteiten die nodig zijn voor:
- de continuïteit van de toekenning en uitbetaling van KOT alsmede naar aanleiding daarvan de burgergeïnitieerde kantoorprocessen (vraag, bezwaar, beroep en handmatig toezicht);
- het borgen van rechtmatigheid, naleving en burgerbeloften;
- het borgen van de personele belangen en rechten;
- het borgen van de inzet van ketenpartners ten behoeve van KOT. De projectmanager voert regie op de transitie, waarbij het opdrachtgeverschap en de verantwoordelijkheid van de uitvoering in de lijnorganisatie is belegd. De projectmanager werkt in nauwe afstemming met de voor de invoering van NFKo verantwoordelijke project-/transitiemanagers met het oog op samenloop van afbouw KOT en opbouw NFKo. Positionering van het project en de relevante omgeving
- De projectmanager afbouw kinderopvangtoeslag werkt in opdracht van de directeur Operatie van de Directie Toeslagen.
- De uitvoering van de kinderopvangtoeslag is belegd bij de Directie Toeslagen. Het Directieoverleg (DO) van de directie Toeslagen vormt de stuurgroep van het project. Voor de onderwerpen die ook raken aan de opbouw van NFKo, stemt het DO af met het Directieteam (DT) van Dienst Toeslagen. Zo wordt geborgd dat de lijnorganisatie verantwoordelijk blijft voor de uitvoering van de kinderopvangtoeslag en de raakvlakken met NFKo.
- De projectmanager geeft leiding aan een multidisciplinair projectteam, mogelijk met meerdere deelprojecten/deelprojectmanagers.
- De nieuwe financiering van kinderopvang (programma NFKo) en de daarbij behorende digitale diensten (programma PDD) worden ontwikkeld binnen de programmadirectie Businessontwikkeling van Dienst Toeslagen. Vertegenwoordigers vanuit deze programma’s zullen ook bijdragen aan de veranderopgave voor afbouw KOT.
- Bij het uitvoeren van de massale processen voor toekennen en betalen, maakt de Directie Toeslagen gebruik van verschillen onderdelen van de Belastingdienst, dit zijn met name: o Centrale administratieve processen (CAP) o Informatievoorziening (IV) o Klantinteractie & Services (KI&S).
- De projectmanager onderhoudt nauw contact met de ketenpartijen en brengt de effecten op deze partijen in kaart, zoals vanuit Dienst Toeslagen bezien. De wijze waarop invulling wordt gegeven aan de afbouw, ligt bij de ketenpartijen zelf. Project start-up Al vóór de daadwerkelijke start van het project, wordt de projectmanager gevraagd om samen met de opdrachtgever het project op te starten. Op basis van de opdrachtomschrijving en startgesprekken met de opdrachtgever en belangrijkste stakeholders, doet de projectmanager een (nader) voorstel voor de samenstelling en de rolbeschrijving van het projectmanagementteam. Daarnaast werkt de projectmanager een projectdefinitie uit, met op te leveren resultaten (deliverables) en een projectaanpak. Beschrijving afdeling/team De projectmanager werkt vanuit het Projectmanagementbureau (PMB). Het PMB is een pool van programma- en projectmanagers die ondersteunen bij de verschillende projecten die nu en de komende jaren worden ingezet om ambities te realiseren. Het PMB is onderdeel van de afdeling Support van de Directie Toeslagen. Competencies Bestuurssensitiviteit Resultaatgerichtheid Plannen en organiseren Aansturen organisatie Motiveren